Danique Boerrigter Sophie van der Wal uit Tubbergen mogen zich een jaar lang zoutkampioenen van Twente noemen. Tijdens de finale van de Zoutkristallengroeiwedstrijd op 14 januari veroverden de twee meiden van basisschool De Wiekslag de Zoutbokaal 2014. Ze wisten de jury te overtuigen met een prachtige zoutbloem.

Samen met enkele honderden Twentse leerlingen groeiden Danique en Sophie afgelopen najaar een eigen zoutkristal. Zes teams mochten hun creatie tijdens de finale aan de jury presenteren. De teams lagen dichtbij elkaar, wat de keuze voor de jury er niet makkelijker op maakte. Juryvoorzitter Arie van Houselt: 'We hebben bij alle teams ontzettend mooie
dingen gezien: creatieve ontwerpen, een wetenschappelijke aanpak, en goede samenwerking. Zeker op gebied van samenwerking blonken Danique en Sophie uit.'


Naast de zoutokaal wonnen Danique en Sophie een schoolreis voor de hele klas naar Science Centre NEMO in Amsterdam.

Bekijk hier alle finalefoto's!

Techniek is niet saai of vies, maar hartstikke interessant. Op deze pagina vertellen AkzoNobel-medewerkers over hun werk.

 

Carol Xiao - “Ik sta versteld wat ons nieuwe zout allemaal kan”

Zout. Aan de ene kant een oud product en aan de andere kant nog altijd vol vernieuwing. Eén van de mooiste voorbeelden hiervan is het mTA-zout van AkzoNobel. Een heel nieuw soort zout met een natuurlijk en volledig afbreekbaar anti-klontermiddel mTA (mesoTartraat). Daarmee voorkom je dat zout gaat klonteren bij de opslag. Minstens zo belangrijk is dat dit nieuwe zout de productie van chloor energiezuiniger en veiliger maakt. Zout is namelijk de basis voor het maken van chloor.  

De ontwikkeling van dit nieuwe zout is een taak van Carol Xiao. Zij geeft leiding aan een team van onderzoekers, verkopers en mensen uit productie. Dat team ondersteunt de wereldwijde verkoop van dit zout en werkt aan het verder verbeteren van het productieproces in Delfzijl. “We proberen de kwaliteit van het zout én het maken van dit zout in de fabriek nog verder te verbeteren, zodat klanten dit het liefst willen kopen.” Carol Xiao ziet dat als een proces van voortdurend stappen maken. “Met dit nieuwe mTA zout hebben we de productie van chloor energiezuiniger en veiliger gemaakt en zijn we succesvol op de markt voor wegenzout. Sinds kort maken we ook een vloeibaar product voor klanten in China. Ik sta versteld wat mTA allemaal kan.”

 

Hindrik Kok - Overstroomt de pekelbak?

Bij zout komt ook een hele hoop techniek kijken. Hindrik Kok heeft er zelfs zijn werk van gemaakt. Hij werkt op de zoutboorlocatie van AkzoNobel in het Groningse plaatsje Westerlee. Op deze plek zit zout in de grond. Op het terrein komen overal grote groene buizen met draaiwielen en drukmeters uit de grond. “Zout winnen gaat niet zomaar”, zegt Hindrik: “Het zout zit namelijk erg diep, tot wel 1500 meter en is keihard. Om het zout naar boven te krijgen boren we eerst een gat, een boring. Daarna pompen we onder hoge druk water in de zoutlaag. Het zout lost op en dan krijg je pekel. Via ondergrondse buizen stroomt deze pekel vervolgens naar de zoutfabriek in Delfzijl, zo’n 25 kilometer verderop.” 

Het spannendst zijn de storingsdiensten, vertelt Hindrik: “De pekelstroom gaat altijd door, dag en nacht. Er moet dus altijd iemand zijn die alle machines in de gaten houdt. Soms krijg ik plotseling een telefoontje van de mensen bij de zoutfabriek: ‘We krijgen geen pekel meer!’ Alle alarmbellen gaan dan rinkelen. Er kan van alles mis zijn, een lekke buis, een foutje met een schakelaar of een kapotte pomp… Ik moet heel snel het probleem zoeken, want de pekel stroomt nog wel uit de boring! Die pekel vangen we op in een grote betonnen bak zo groot als een zwembad. Maar die bak is zo vol: na een half uurtje stroomt de pekel al over de rand. In dat ene halve uurtje moet ik het probleem gevonden hebben of alles stilleggen.

 

Atze Rijpkema - Zoutwinning staat bol van techniek

In Hengelo bevindt zich op zo’n 450 meter diepte een dikke zoutlaag. Diepboorders zijn verantwoordelijk voor de winning. “Zout winnen gaat niet zomaar”, aldus Atze Rijpkema, diepboorder bij AkzoNobel. “Het zout is namelijk erg hard. Om het zout naar boven te halen boren we eerst een gat (een zoutholte). Daarna pompen we onder hoge druk water in de zoutlaag. Het zout lost op en dan krijg je pekel. Deze pekel stroomt via een ondergronds leidingnet naar de fabriek in Hengelo. Inmiddels hebben we in Hengelo ruim 200 zoutholtes, die elk een grootte hebben vergelijkbaar met de Grolsch Veste, het stadion van FC Twente.” 

Atze vervolgt: “Bij zoutwinning komt veel techniek kijken. Het begint al bij het boren van een gat. Dat gebeurt met behulp van een boormast die voorzien is van motoren en pompen op. Daarin kunnen tijdens het boorproces storingen optreden. Ook kan er een slang afbreken, zodat de koeling weg is. Als er bijvoorbeeld een spoelpomp kapot is, dan moet je heel snel reageren. Het boorgereedschap moet er dan zo snel mogelijk uit, omdat je dan geen kringloop hebt in het systeem. Het gat kan instorten en de beitel gaat dan vastzitten en dan zijn de gevolgen niet te overzien. Kapotte productiebuizen, die in de grond zitten, worden ook door ons gerepareerd. Wij moeten als diepboorders dus technisch goed geschoold zijn om snel problemen te kunnen verhelpen, dag en nacht. Deze opleiding doet  AkzoNobel zelf, want het is heel specialistisch werk en dat maakt het nu juist zo leuk!”

 

 

Te veel zout?
Zout is spannend. Je kunt er leuke proefjes mee doen: ijsklontjes laten zweven en zoutkristallen bouwen natuurlijk.  Zout is ook nog eens nuttig voor medicijnen of in de winter om de wegen minder glad te maken. En heel belangrijk: je hebt zout nodig in je eigen lichaam. Gelukkig hoef  je niets bijzonders te doen om zout binnen te krijgen: het zit verstopt in ons eten.  Daar zit ook meteen een probleem. Veel mensen krijgen zonder dat ze het merken te veel zout in hun lichaam.
Gerjan Navis  werkt aan de Rijksuniversiteit Groningen en weet alles over zout in je lichaam. “In ons eten zit veel te veel zout”, zegt hij. “Fabrikanten stoppen zout in hun producten voor de smaak. We vinden zout eten gewoon lekker smaken.  Maar zoveel zout in je eten is helemaal niet gezond.”
In gezond eten zit  namelijk niet veel zout. Wetenschappers hebben uitgerekend dat zes gram zout per dag meer dan genoeg is. Zes gram is weinig: niet meer dan een lepeltje vol. In chips, sauzen en pizza’s zit bijvoorbeeld heel veel zout. In sommige pizza’s zit zelfs zo veel zout dat je met één pizza voor meer dan drie dagen genoeg  zout hebt gegeten!
Krijg je meer zout binnen dan nodig, dan gaan je nieren extra hard werken om al dat zout weer naar buiten te krijgen. Een keer teveel zout is niet zo erg, maar elke dag veel te veel zout is niet gezond. Zout houdt namelijk water vast, zoals je in een vochtig zoutpotje goed kunt zien. In het lichaam gebeurt dat ook, en daardoor blijft er meer vocht achter in het lichaam. Daarvan kun je hoge bloeddruk krijgen, en daardoor kunnen je nieren of hart bijvoorbeeld minder goed gaan werken. “Probleem is dat je dat niet direct merkt”, vertelt Navis. “Je merkt het pas als je ouder bent, maar dan heb je al heel lang te veel zout gegeten.”
Zout in het eten was vroeger hard nodig. Mensen  gebruikten zout om voedsel langer te kunnen bewaren. Daardoor was zout eeuwenlang onmisbaar. “Tegenwoordig hebben we daar de koelkast voor. Zoveel zout in ons eten is dus helemaal niet meer nodig”, zegt Navis.
Dat ons eten toch steeds meer zout bevat, komt omdat fabrikanten weten dat we zout lekker vinden smaken.  Je went ook aan de zoute smaak, legt Navis uit: “We zijn inmiddels zo gewend aan zout eten, dat we eten met minder zout al snel smakeloos vinden.”
Dat wennen aan zout begint al zodra je als klein kind met eten begint. Kinderen in Nederland zijn steeds zouter gaan eten. En kinderen zijn gemiddeld ook dikker dan vroeger. Dat is niet toevallig zegt Navis: “Van zout krijg je immers dorst. Als je te veel zout eet, ga je meer frisdrank drinken. En van te veel frisdrank word je dik.”
Maar er is goed nieuws: het werkt ook andersom. Als je een poos eten met weinig zout eet, wen je aan dat minder zoute eten. Je vindt dat minder zoute eten dan helemaal niet meer zo smakeloos.
We moeten dus eigenlijk afkicken van zout eten. “Maar er is natuurlijk geen fabrikant die het in z’n hoofd haalt als eerste zout uit z’n producten te halen”, zegt Navis, “smakeloos eten verkoopt niet”.
Maar dat betekent niet dat je niets kunt doen.  Niet te veel chips en pizza eten natuurlijk. Geen kant-en-klaar maaltijden, want die zijn vaak erg zout. En gebruikt je vader of moeder veel zout bij het eten koken? Bouw dan gewoon een mooi zoutkristal met het zout uit het keukenkastje!
Deze tekst is gebaseerd op het artikel “Teveel zout in de voeding: een tijdbom voor de gezondheid” door Gerjan Navis, hoogleraar nierziekten aan de Rijksuniversiteit Groningen

Zout is spannend. Je kunt er leuke proefjes mee doen: ijsklontjes laten zweven en zoutkristallen bouwen natuurlijk.  Zout is ook nog eens nuttig voor medicijnen of in de winter om de wegen minder glad te maken. En heel belangrijk: je hebt zout nodig in je eigen lichaam. Gelukkig hoef  je niets bijzonders te doen om zout binnen te krijgen: het zit verstopt in ons eten.  Daar zit ook meteen een probleem. Veel mensen krijgen zonder dat ze het merken te veel zout in hun lichaam. 

Zout komt ook voor in je lichaam. Dit komt omdat je via je eten het zout binnenkrijgt. Het zout komt vervolgens in je bloed terecht. Het bloed vervoerd het zout door je hele lichaam.Het is goed om zout binnen te krijgen want het helpt je spieren om te doen wat jij wil. Als je gezond eet, zoals veel groente en fruit, krijgt je lichaam genoeg zout binnen.

 

Een volwassene heeft ongeveer een eetlepel zout per dag nodig. Een kind heeft maar een halve eetlepel per dag nodig.